Sevilla

Na een vroege ochtend, drie kwartier vertraging wat lichtelijk gecompenseerd werd met pralines vanwege de allereerste Ryanairvlucht Brussel-Sevilla landden we iets voor 14u in een stralend Sevilla. De bus bracht ons vlotjes in het centrum (voor slechts 4 euro) maar we waren zo uitgehongerd dat we de lokroep van de hamburgertent op weg naar het hotel niet konden weerstaan. De vegetarische burger met avocado en bruine bonen was verdorie echt nog lekker en de vettigheid smaakte als een godenmaal na al die uren zonder eten.

Ons hotel Legado Alcázar bleek zo mooi als verwacht. We kregen de keuze om te upgraden naar de suite en omdat die echt veel mooier was dan onze geboekte kamer en maar 120 euro duurder hebben we dat maar gedaan. Resultaat is dat ik hier op het terras in de zetel zit te typen met zicht op de tuin van het Alcázar en het geluid van duiven, pauwen en mij onbekende vogelbeesten op de achtergrond.

We doken de stad in en ontdekten al direct hoe ontzettend mooi Sevilla is. We wandelden langs het balcon de rosina, de oude stadsmuur, parken, de majestueuze kathedraal en het Alcázar.

Omdat een collega had gezegd dat er weinig vegetarisch eten was in Sevilla, had ik mij grondig voorbereid en op voorhand een lijst opgesteld met restaurants met vegetarische opties. De eerste avond streken we neer in Habanita, een Caraïbisch geïnspireerd restaurant met zowel veggie als vegan opties. Ik koos voor de banaanballetjes in tomatensaus. Simpel maar lekker. En wat een luxe om eind oktober buiten te kunnen eten savonds. Op de terugweg maakten we nog een wandeling door de kleine nauwe straatjes van de oude binnenstad, die overigens helemaal verkeersvrij is. Langs de grotere lanen is er plaats voor trams en fietsen echt aan de rand de ene bus na de andere. Maar de volledige oude binnenstad is voor de voetganger.

Woensdag zalig uitgeslapen en dan a la carte ontbeten. We waren de enigen op dat moment. De kathedraal opende pas om 11u, maar toen we er op half elf passeerden stond er al een hele rij en besloten we dus ook maar aan te schuiven. Ik heb helemaal niks met kerken of religieuze kunst. Maar deze grootste gotische kathedraal van Europa is zijn geld en aanschuiven meer dan waard.

Hoogtepunten zijn het grafmonument van Columbus, een waanzinnig altaar van verguld houtsnijwerk, een gigantisch orgel, de kapittelzaal, een schilderij van Goya en het beklimmen van de toren, de Giralda. We waren hier anderhalf uur zoet.

Daarna bleven we in de buurt voor het Archive of the Indies, gratis te bezoeken, met momenteel een heel mooi opgezette tentoonstelling over de reis van Magellaan naar de naar hem genoemde straat. Fascinerend verhaal. En een heel mooi gebouw.

Daarna ging het naar de Casa de Pilatos, het mooiste stadspaleis. Dit is ontzettend goed bewaard. Je ontdekt de kenmerkende Mudejarstijl, een mix van moslim en christelijke kunstvormen met werkelijk overal de verbluffende keramieken tegelwanden of azulejos, de rijkelijk versierde houten cassetteplafonds. Zelfs de houten deuren en gietijzeren hekken waren ontzettend verfijnd. Dit was echt genieten. Het enige minpunt was een oersaaie audiogids .

Savonds opnieuw geen Spaanse keuken. We kozen voor El Wadi. Heel verfijnde Arabische keuken in een mooi, modern restaurant. We kregen een mega voorgerecht met allemaal proevertjes; dolmah, tabouleh, falafel, salade,… Daar hadden we eigenlijk al bijna mee gegeten, maar nog voor we klaar waren kwam het hoofdgerecht er al bij geserveerd ( kruidige rijst met rozijnen en noten voor mij). Er was helaas geen plek meer in onze magen voor dessert.

Het valt op dat hier weinig honden rondlopen, maar op de terugweg kwamen we nog een galgo en een weimaraner tegen.

Voor vanmorgen had ik van thuis al tickets besteld voor het Alcázar. Aanrader want de wachttijden kunnen anders serieus oplopen. De rij staat enorm ver. Straf trouwens hoe druk het hier nog is. De stad zit echt vol toeristen. Het is ook geen gigantische stad, je kan alles makkelijk te voet doen en er is echt ontzettend veel te zien. Voor onze 3,5 dagen hier is het dus keuzes maken.

De kaarten voor de bovenverdieping van het paleis waren helaas twee weken op voorhand al uitverkocht. Hier laten ze blijkbaar maar 15 mensen per tijdslot binnen.

Het Alcázar is onvoorstelbaar. Een zeer oud complex waar door de tijd heen aan verbouwd en toegevoegd werd. Opnieuw in die mooie mudejarstijl. Je komt ogen tekort. En als je helemaal moe gekeken bent, moet je nog beginnen aan de uitgestrekte tuinen. Je kan gewoon blijven kijken. Sommige zal zijn van de vloer tot het plafond rijkelijk versierd. Wat een pracht. Alleen spijtig dat je hier nooit alleen bent. Ze beperken de ingang tot 750 mensen maar dat is natuurlijk gigantisch veel volk en iedereen wil overal mooie foto’s maken…

Compleet uitgeput landden we in een lekkere broodjesbar en trokken dan richting rivier, naar de wijk Triana. We bezochten het Castello de Jorge, een gratis museum over de inquisitie. Zeker doen. De expo is niet heel groot maar wel de moeite. Van het kasteel blijven overigens enkel de funderingen over, ze hebben het in 1800 afgebroken en er een markt over gebouwd.

In Triana zouden veel keramiekwinkeltjes en cafeetjes zijn, maar wij waren er tijdens de siësta en dan was er niks te beleven. We waren echter te uitgeput om nog tot na 17u te blijven hangen, hadden al 10km in de benen en nood aan een cafeïne shot en trokken terug naar ‘onze’ wijk voor wat koffie en een beetje rust voor oververmoeide benen. Terwijl ik dit typ, wandelen de pauwen van het Alcázar beneden net voorbij…

Zalig trouwens het weer hier. Het is bijna 20 graden warmer dan in België. Ik loop hier rond met zomerjurkjes en we halen in de namiddag zo’n 28 graden. Savonds nog een comfortabele 21 graden. Het is regelmatig wat bewolkt, maar het blijft zalig warm.

Piemonte deel 2

Gisteren trokken we naar Casale Monferrato, een stadje op een uur rijden. Daar was een kasteel. Er zijn er hier wel meer, maar ze zijn maar zeer beperkt te bezoeken. En dit kasteel zou open zijn.

Eens ginder bleek het kasteelbezoek beperkt tot 2 lege torens, enkele eentalig Italiaanse uitlegborden en een rondwandeling bovenop de muren. Tja. We hadden toch een kasteel bezocht. En vooraf een cappuccino gedronken.

De rest van het stadje zag er ook interessant uit. De reisgids omschreef het als levendig, maar op ons maakte het een verlaten indruk. De helft van de winkels en restaurants was tot eind augustus gesloten. De mevrouw van de toeristische dienst was meer dan vriendelijk en kwam mee naar buiten om ons in krom Engels letterlijk de weg te wijzen. De toren en de synagoge: dicht. Kathedraal en museum: open. De kathedraal stond net als veel andere gebouwen wel in de stellingen… We zwierven wat langs de vele mooie palazzo’s die nu omgevormd waren tot appartementen en kantoren, bezochten de kerk en besloten dan te lunchen in de bistro waar ze ook de lokale koekjes bakken, de krumiri. Zoon en ik aten een superlekkere pasta met noten en munt. Er was niets dat de Dochter lustte dus bestelden we haar een lokaal puddingdessert maar dat lustte ze ook niet. Maar ze kon haar buikje vullen met broodstengels en broodjes. De wederhelft had een salade met rijst gekozen. Daarna zochten we nog een geocache en trokken we terug naar Cavatore.

Vanmorgen hadden we afspraak op de boerderij van een Duitse mevrouw hier in het dorpje. Ze houdt er 40 dieren; honden, geiten, paarden. Maar wij kwamen voor de lama’s en de alpaca’s. Ik ken nu eindelijk perfect het verschil tussen beide, trouwens. We kregen een uitgebreide voorstelling van de dieren en dan mochten we er elk een kiezen om mee op stap te gaan.

Ik koos Lucretia, zoon had de dochter Lola, voor ons liep de wederhelft met Leonarda, de enige alpaca in ons gezelschap en de Dochter mocht op kop met Lia. We maakten een tocht van een uur rond Cavatore. Het was genieten. De dieren zijn zachtaardig en de mevrouw gaf veel uitleg over hoe ze functioneren. Een aanrader.

Daarna wachtte ons koud zwembad (26 graden) en warme douche en vanavond gaan we nog eens uit eten. Zaterdagavond waren we ook gaan eten overigens, superlekker aan de bron in Aqcui Terme op een supergezellig plein waar de kindjes tot laat op de avond liepen te spelen en ze veel zowel veggie als vegan opties hadden.

Morgen op tijd opstaan, want dan trekken we naar “La Superba”…

Piemonte deel 1

Een week geleden alweer vertrokken we. Eerst de kindjes nog een halve dag op ballet- en voetbalkamp en dan hop de auto in voor de eerste helft van de lange reis (1200 km). Na zes uur rijden bereikten we ons hotel voor de nacht, het Ibis Styles in Chalon-sur-Saône. De wederhelft had per ongeluk een kamer geannuleerd in plaats van online ingecheckt dus moesten we een nieuwe kamer bijboeken, een beetje gedoe maar uiteindelijk kregen we nog vrij vlot onze kamers naast elkaar. De meisjes deelden een kamer, de jongens ook.

Om 7u opgestaan, ontbeten en dan alweer en route. Op naar de Alpen. De weg werd snel bochtiger en de Dochter misselijk. Een van een tante gekregen pilletje bracht gelukkig soelaas. Het bleef toch een beetje spannend. Wel mooi om de besneeuwde bergtoppen te zien naderen. Aan de dure Mont Blanc tunnel was het twintig minuten aanschuiven, maar voor de rest was er eigenlijk amper verkeer. Op een uur of anderhalf voor onze eindbestemming aten we nog een pizza in een verlaten Italiaans bergdorp.

Het leven in Piemonte is eenvoudig. Er is een gigantisch aanbod aan wijndomeinen en restaurants, maar zo goed als niks voor kinderen. Geen dierenparken, geen avonturenparken, geen kayaks. Er zijn kastelen, maar ze worden niet toeristisch uitgebaat. Tussen 12 en 16u valt het leven volledig stil is zijn winkels, kerken, musea gesloten. De terrassen leeg, de mensen nergens te bespeuren. Bovendien is alles ver weg door de ieniemini wegeltjes tussen de dorpjes in de heuvels. Voor een simpele wandeling zit je al gauw een uur in de auto.

Wat we dan al gedaan hebben?

Gezwommen. De kindjes spenderen elke namiddag vele uren in het zwembad. De Dochter voor het eerst compleet zonder bandjes en dat gaat haar goed af. De laatste dagen is het hier wel fris en bewolkt wat het zwembad heel koud maakt. Op onze heuvel is het dan nog enkele graden frisser dan beneden in Aqcui Terme.

Gewandeld. We deden al 3 tochten van 7 en 1 van 9km. De eerste in een wild natuurpark waar iedereen schrammen opliep en we meermaals onze weg verloren. De tweede tussen de wijngaarden en de derde hier in de buurt. Toen ging ook De Dochter mee en kreeg ik geregeld 16 kilo in de draagzak. Gezellig maar puffen.

Geocachen. Wanneer er schatten liggen, proberen we ze mee te pakken. Intussen alles in de onmiddellijke omgeving al gedaan.

Lekker eten. Om de dag gaan we met z’n tienen op restaurant. Geen spaghetti bolognaise of pizza Hawaï maar authentieke Italiaanse keuken met primi en secundo. Omdat die tweede vaak niet vegetarisch is, eet ik soms twee primi’s of een pasta en een dessert, de zogeheten dolci. Gister aten we pizza in een supergrappig afgelegen restaurantje uitgebaat door twee oude mannen (vader en zoon?) waar ik de lekkerste pizza at ooit.

Diertjes. Gisteren zagen we een hertje (het kwam voor de auto staan) en een konijntje. Maandag een eekhoorn. Elke dag wordt ik levend opgegeten door tijgermuggen (ik durf niet tellen maar gok op +40 beten). In de kamer van de kindjes wonen duizendpoten en op het terras speciale mega wespen die gelukkig niet echt in ons geïnteresseerd zijn.

Cultuur. Aqcui Terme is een aardig stadje met flink wat geschiedenis. Vier bogen van een Romeins aquaduct. Een bron met water van 74,5 graden. Een kasteel. Stadsmuren. Een Romeins zwembad dat maar twee uur per dag te bezoeken valt. Verlaten oude kuuroorden en nieuwere nog open kuurhotels.

Lezen. Ik las ‘de bekeerlinge’ van Stefan Hertmans op 6 dagen. Ben nu begonnen in Idaho van Emily Ruskovich. Met telkens 1 oog op de Dochter in het zwembad.

Plannen?

Maandag heb ik een alpacawandeling geboekt, daar kijk ik wel naar uit. Verder gaan we zeker Genua verkennen (anderhalf uur rijden). Nog een paar keer gaan eten en wat wandelen of geocachen. En nog meer zwembadplezier.

La Palma dagen 1 en 2: de lange hobbelige reis

Gisterenavond was het een race tegen de zon om op onze eindbestemming te raken. Die zon was al in de Atlantische oceaan gezakt en de kleine bergwegen waren absoluut niet geschikt om in het donker voor het eerst te verkennen. Zeker niet met een kotsende huilende kleine meid op de achterbank. Het was maar 57 km van de luchthaven tot ons huisje, maar daar deden we meer dan 1u15 over en de weg liep zelden langer dan 10meter rechtdoor. Ofwel kronkelt hij over de bergen, ofwel langs de oceaan. En Dochters maag kon dat absoluut niet verdragen.

Na 12 uur reizen komen we na wat zoeken dus eindelijk aan op onze bestemming waar een lieve buurman de weg wijst. We treffen het huisje verlaten aan. Gelukkig zitten de sleutels op de deur. En plots staat er een enthousiast ratelende Spaanse eigenaar die geen woord Engels spreekt.

Gelukkig zijn we vooral met het welkomstpakket in huis; een gigantische berg fruit, een schaal koekjes en een fles water. We hebben op een stuk cake en wat boterhammen na niks meer gegeten sinds de ochtend en de winkels zijn al gesloten. En het mooie kotsende meisje terug in de auto laden op zoek naar een restaurant is ook bepaald geen optie. Dus iedereen eet een banaan en een koek en we kruipen compleet uitgeteld onder de wol.

Al bij al was de reis nochtans vlot verlopen. Om 9u vertrokken in Gent, tegen 11u30 aangekomen op onze parking in Uithoorn (zeer goed verstopt op een bedrijventerrein en dus even moeten zoeken) vanwaar een busje ons na een kwartier wachten naar Schiphol brengt. Om 14u35 vertrekt de vlucht dan. In La Palma kunnen we vrijwel meteen onze koffers oppikken maar moeten dan meer dan een uur wachten aan het loket van de huurauto’s. Hongerig en uitgeteld.

Ons huisje is super. Rustig, zicht op de oceaan, voorzien van alles. Het zwembad is overdekt en daardoor lekker warm. Het ligt wat hoger de berg op, achter ons huis. Op het terras daar is het ook superwarm. Aan ons huisje zelf is het wat frisser en binnen eerder koud.

Vanmorgen eerst ontbijt kopen. Dan wandelden we even naar de Mirador Los Dragos, een uitkijkpunt met de oudste boom van het eiland hier 300 meter vandaan. Wel langs een baan zonder voetpad. Gelukkig liep er langs de mirador een GR pad vanwaar we veilig Puntagorda in konden wandelen. Heel groot is het niet, maar blijkbaar zijn er wel enkele bars en pizzeria’s. Bars zijn hier trouwens nog echt van die mannelijke donkere drankholen. Maar ze hadden er wel goede koffie.

We waren te moe om nog te wachten tot restaurants openden en liepen langs de Spar terug naar huis met wat verse groenten en rijst in de rugzak en de Dochter die al moe was in de draagzak. Het was anderhalf jaar dat ik haar nog had gedragen. En als je het niet meer gewend bent is 15 kilo wel puffen om hier de heuvels mee te beklimmen. Maar ook wel heel knus.

De namiddag brachten we door aan het zwembad. Zalig met zicht op zee, in een aangenaam zonnetje. Inmiddels is die zon verscholen achter een dik wolkendek en dat maakt het meteen fris buiten.

Geen idee wat we de komende dagen gaan doen. Het volgende stadje waar wat leuke dingen zijn is 20km rijden, maar je doet er een half uur over en ik weet echt niet of de Dochter dat gaat kunnen zonder kotsen. Dat hadden we niet verwacht. Ons huisje ligt wat in een uithoek. De leuke dorpjes zijn niet ver, maar de weg ernaartoe is werkelijk 1 mega haarspeldbocht. Maar in de onmiddellijke omgeving is dan weer weinig meer dan ons zwembad… we zien wel. Eerst nog wat bekomen want de lange reis zit echt nog in onze kleren.

Istanbul – het begin

Vlot. Verbazend vlot verliep het eerste deel van onze reis gister. Kindjes vlot afgezet in de voorschoolse opvang, amper file naar Brussel, snel geparkeerd, niemand voor ons aan de incheckbalie, rustig ontbijtje, snelle veiligheidscheck en hop naar de gate.

Aan de gate echter bewoog er niks toen de boarding tijd kwam. Uiteindelijk gingen we pas aan boord toen het vliegtuig normaal had moeten opstijgen. Met een half uurtje vertraging kwamen we ervan af.

Het vliegtuig was uitgerust met een entertainmentsysteem en ik keek een saaie film met Keanu Reeves (Siberia) die bovendien gecensureerd bleek. Intussen kregen we eten dat nog lekker bleek ook.

En dan kwamen we van een superrustig Zaventem terecht in de heksenketel Istanbul waar de rij een de paspoortcontrole groter was dan de voorziene plaats voor die rij. Dat werd een uurtje aanschuiven. Met een krijsende peuter achter ons want kindjes laten voorgaan doen ze hier blijkbaar niet.

Na dat uur konden we op zoek naar onze chauffeur en een kwartier later zaten we in de taxi. Rijvakken zijn hier blijkbaar maar indicatief en je hebt vooral een toeter nodig en stalen zenuwen. Maar na een half uur werden we zonder kleerscheuren afgezet aan ons hotel Niles. We werden superhartelijk ontvangen met de lekkerste appelthee die ik ooit heb geproefd en een stukje lokum waarna we naar onze mooie en gezellige kamer werden begeleid.

Hier is het twee uur later dus het was intussen helemaal donker en al avond. We lieten ons nog de weg wijzen naar een restaurantje in de buurt waar ik een schotel at op basis van spinazie en ui. Voor het eten komt er blijkbaar steeds een versgebakken plat brood op tafel begeleid door zoute yoghurt of kaas of een soort dip. Nadien kregen we nog een tasje thee van het huis. Dat alles kostte ons amper 25 euro fooi inbegrepen.