Een kind minder in huis

Zo maar 1 kind in huis als je er 2 (hele levendige) gewend bent, dat is dan een beetje een light-versie van het ouderschap, of een halve vakantie. Je bent met twee om 1 kind te entertainen dat dan al op de leeftijd is waarop ze zichzelf al goed kan entertainen, dus je hebt gewoon superveel tijd extra. Wat ook nodig was dit weekend, want ik moest alles al inpakken voor onze reis. We vertrekken pas vrijdagochtend maar ik werk tot donderdagavond. Extra tijd ook omdat je maar 1 verhaaltje moet lezen, maar 1 bedritueel, maar 1 kind helpen aankleden, maar voor 1 kind kleren klaarleggen,… Ook 1 iemand minder met wiens wensjes je rekening moet houden dus amper nog conflicten of keuzestress. En onze Dochter was dit weekend gewoon megarustig, je hoorde ze bij momenten amper. Terwijl als ze met 2 in huis zijn, is het soms om ter luidst.

Ik hou hier absoluut geen pleidooi voor een 1kind-gezin hoor, maar voor zo 5 dagen is het wel leuk.

Natuurlijk mis ik mijn mannetje ook enorm. Ik vraag me heel de dag af wat hij aan het doen zijn, of hij zich amuseert, zich wel goed voelt. Hij is weg van vrijdagavond en we hebben tot nu toe 1 foto gezien van hem (en 4 foto’s in totaal van heel de scoutsgroep), dus behalve dat er een filmavond is geweest, weten we helemaal niks. Ik vind dat wel goed, dat verplicht loslaten, niet kunnen bellen, … Maar het is ook wel moeilijk soms, we zijn het niet gewend.

En 6 dagen is toch ook wel lang!!!! Soms is het gewoon té stil in huis. Ja, zo is het nooit goed natuurlijk 😉

Vrijdag was natuurlijk superspannend. Ik ging hem om 15u halen op school maar het was het maandelijks schoolcafé en ze wilden een ijsje. Maar hij verdwijnt meteen met zijn vriendjes. En we vinden hem maar niet. Tot na 10 minuten de directrice verschijnt met een huilende en bibberende Zoon die blijkbaar nogal hard gevallen was en twee ferme schaafwonden had, 1 op zijn buik en 1 op zijn arm. Hij was er helemaal van aangedaan. Ik heb hem thuis op de zetel geïnstalleerd onder een dekentje en hij heeft niet meer bewogen. We hebben hem zelfs daar de lasagne gevoerd die ik speciaal voor hem was gaan kopen want hij moest al om 17u naar de vertrekplaats voor het kamp vertrekken. Ik heb de wonden dus ook niet gezien, ze waren al verzorgd.

We hadden eigenlijk allemaal al wat stress voor dat eerste kamp en dan gebeurt er twee uur voor vertrek zoiets. Ik heb in de chaos van het vertrek aan de leiding gezegd dat ze zijn verband 2 keer per dag moesten verversen, hopelijk hebben ze daaraan gedacht…

Zoon was dus heel stil en heel gestresseerd voor het vertrek. Hij zag zijn vriendjes nergens in die megatroep kinderen en ouders. Hij wou ons geen seconde lossen. Hij zag er echt niet gelukkig uit. Maar ja, in die drukte is dat niet abnormaal. Her en der zag ik zelfs traantjes. Hij hield het dan nog droog. Oef. Anders zou ik gewoon beginnen meehuilen zijn vrees ik.

En dan kwam eindelijk het moment waarop ze op de bus moesten en dan plakte hij nog aan ons en dan ineens zag je hem de klik in zijn hoofd maken en stapte hij op de bus. Eerst schoorvoetend. En toen kreeg hij zijn vriendjes in het vizier en zag je zijn stap kwieker en sneller worden. En nestelde hij zich op de achterbank bij zijn maatjes. En toen zag hij er eigenlijk wel heel ok uit. OEF!!!

En nu is het dus afwachten tot woensdagnamiddag tot hij terugkeert met hopelijk een hoop verhalen, geen ontstoken wondes en zin voor nog meer avontuur.

Bijna op kamp

Het is bijna zover, morgenavond vertrekt Zoon op kamp. En het is stilaan zeer spannend aan het worden.

Ik heb hem een beetje gestimuleerd om op kamp te gaan. Hij gaat ten eerste zeer graag naar de scouts. Ook al kent hij er maar 1 klasgenootje en is die meer niet dan wel aanwezig, hij komt altijd superblij en vol verhalen naar huis en voelt zich daar duidelijk op zijn gemak. Eind vorig jaar ging hij twee nachten op weekend en dat was ook behoorlijk goed meegevallen. Het alternatief voor het kamp is buitenschoolse opvang en dat is natuurlijk ook ok maar een kamp lijkt me toch een groter avontuur en een grotere kans.

Ik denk oprecht dat door op reis te gaan zonder ouders en buiten de school, een kind groeikansen krijgt. Ik vind dat echt belangrijk. Wel was ik zelf een stukje ouder, ik was al 10 denk ik toen ik voor het eerst op kamp ging. En het was toen ook voor mij een enorme drempel, een stevige sprong buiten de comfortzone die ik enorm spannend vond. Maar de jeugdvakanties waren eigenlijk stuk voor stuk van de beste stukken van mijn jeugd, waar ik de grootste avonturen beleefde, het meest nieuwe mensen leerde kennen, soms vrienden voor het leven. Ik geloof hard in het ontdekken van jezelf en de wereld en loskomen van de kerktoren en de klas.

Enfin, Zoon besloot dus om mee op kamp te gaan en leek er matig zin in te hebben, al gaf hij van bij het begin aan dat 5 nachten van huis wat te lang was naar zijn zin en hij ons hard zou missen. Maar hij sprak er wel positief over.

En nu komt het kamp dichter en krijgt hij duidelijk ‘cold feet’. Elke avond in zijn bedje begint hij spontaan over hoe hard hij mij zal missen. Ik probeer hem dan een hart onder de riem te steken. Ik denk dat het serieus spannend zal zijn voor hem want zijn klasgenootje gaat niet mee en het is toch een hele tijd in een onbekende omgeving met een groep kindjes die hij maar 1 keer per week ziet. Maar ik denk oprecht dat hij het niet alleen aankan maar ook echt iets aan zal hebben. Ik vrees alleen dat de start lastig zal zijn. Zo begon hij vorige avond ineens dat hij dat niet ging kunnen zijn bedje opmaken en als ik dan zei dat de leiding zou helpen dan was de leiding ineens eng en veel te streng en ze straffen zo snel en ik durf er niks aan vragen etc. Vorig weekend had hij daar overigens niet over gepiept, nooit eigenlijk. Maar nu komen alle angsten en twijfels keihard naar boven en zou hij liever in de oude vertrouwde omgeving blijven.

Ik hoop dus dat ik het zelf droog ga kunnen houden morgen aan de bus en mijn hart niet gaat breken als ik hem afgeef voor 5 nachten, mijn klein ventje van 7 jaar… Ik denk dat ik het toch ook even lastig ga hebben eerlijk gezegd…

Zomervakantiepuzzel, nu al?

De wereld draait door. Op de laatste dag van vorig jaar, middenin de kerstvakantie, kreeg ik de eerste mail met de vraag om eventueel samen de kinderen in te schrijven voor een kamp in de zomer. Begrijp me niet verkeerd, vorige zomer hebben we voor het eerst met andere ouders afgesproken om de kinderen samen in te schrijven en ik vind het supertof dat mensen dit jaar opnieuw spontaan initiatief nemen. Zoon staat ook niet open om iets nieuws te proberen of ergens naartoe te gaan als hij daar niemand kent. Dat deel van het verhaal vind ik de max. Maar dat betekent wel dat ik 7 tot 8 maanden op voorhand de zomer moet plannen. Sta me toe dat vroeg te vinden.

Op het moment van die mail hadden we zelf nog totaal geen zicht op de zomer. Want eer je kampen en opvang kan plannen, wil je toch ergens een idee hebben welke weken je verlof gaat nemen en op reis wil gaan. Niet? Want als je nu dingen reserveert en betaalt, dan ligt het wel vast, natuurlijk. Dan kan je niet plots van gedacht veranderen als er ergens een toffe reis op je pas komt.

Ik ben niet alleen geen erg goede planner, ik heb ook niet graag dat alles te vast ligt. Ik wil me niet vastleggen als dat niet nodig is. Een reis boeken, doen we normaal 4 à 5 maanden op voorhand. Zelfs verre reizen die veel planning vereisen. En dat vind ik al vroeg.

Intussen hebben de schoonouders hun grote vakantie vastgelegd en weten we dus dat we de laatste twee weken van augustus met de familie naar Italië gaan. En de week van de Gentse Feesten nemen we ook altijd vrij (als centrumbewoner heb je weinig opties op dat vlak). En dus weet ik nu welke weken we opvang nodig hebben. En legde ik alvast 1 kamp vast voor de eerste week van de vakantie. Maar voor de rest ga ik toch nog wat wachten, denk ik. Het groot kamp van de scouts bv valt in augustus, maar hoe kan Zoon nu al weten of hij daar naartoe mee wil? Eerst afwachten of hij het Paaskamp gaat meedoen en hoe dat bevalt.

Dat je met kinderen niet echt ‘op den bots’ kan leven, heb ik intussen aanvaard. Normaal maken wij na de Paasvakantie de puzzel voor de zomer, want dan gaan de inschrijvingen voor onze opvang open. En dat vond ik al vroeg eerlijk gezegd. Sta me toe december en januari echt extreem vroeg te vinden… Of ben ik daar alleen in?

Bikke bikke bik…

Je hebt zo van die echte jeugdbewegingsmensen. Die twintig jaar later nog altijd op weekend gaan met de medeleiders van toen. Die vol vuur ode brengen aan hun vorm van jeugdbeweging. Die niet kunnen wachten tot hun eigen kinderen de traditie kunnen verder zetten. Zo’n gezin zijn wij duidelijk niet. Onze eigen carrieres bij de jeugdbeweging waren kort en niet zo krachtig. Ik was een tijdlang (een jaar? Minder?) een welp bij de FOS in ons dorp omdat mijn ouders dachten dat dit zou helpen om minder verlegen te worden. Niemand van mijn vriendinnen zat bij die scouts, wel enkele klasgenoten maar geen met wie ik het goed kon vinden. Steek een introvert dus eens bij een groep luide geuniformeerde boswachters. Het is geen goed plan. Elke zaterdagmiddag hoopte ik vurig dat mijn vader zijn auto in panne zou vallen en ik die dag niet zou moeten gaan. Van zodra de verplichting om te gaan van thuis uit stopte, stopte dan ook meteen mijn scoutsavontuur.
Ook de wederhelft hield het maar enkele weken tot maanden uit bij zijn jeugdbeweging.

Toch zagen wij in Zoon wel een scout. Hij is nergens liever dan buiten, wroet graag in de grond, is graag in een hechte groep vrienden en heeft van ons gezin met verre voorsprong het meest respect voor regels en hierarchie. Toen we vorig jaar voorbij het feest van de Dag van de jeugdbeweging passeerden, gaf hij aan ook wel te willen starten, maar dan enkel bij de groep waar een vriendje van zijn klas zat. Dus mailde ik die groep maar naar goede Gentse gewoonte zat die vol en belandde Zoon op de wachtlijst.

Ik had eigenlijk weinig concrete verwachtingen nadien. Bovendien was de zwemles naar zaterdagnamiddag verschoven in functie van het voetbal waardoor het scoutsmoment toch al bezet was. Het kwam ons dus beter uit om ook zeker dit jaar nog geen stappen te ondernemen op dat vlak. Normaal heeft Zoon in juni alle zwembrevetten van Fred Brevet behaald en dan komt er weer plaats en tijd vrij in de agenda.

Maar deze zomer kregen we dan ineens mail van de FOS-groep waar we op de wachtlijst stonden dat Zoon mocht starten. Behoorlijk wat hoofdbrekens en geregeld waren het gevolg. De testmomenten van de zwemclubs waren al voorbij, overal zijn wachtlijsten of zelfs inschrijvingsstoppen,… De wederhelft wou de plek bij de scouts niet afgeven, ik wou de zwemlessen niet stopzetten. Maar dan bleken er bij het voetbal dit seizoen twee ploegen waarbij de tweede meestal pas match speelt om 11u30 waardoor een zwemles in de vroege ochtend net haalbaar werd. En er bleek nog net een plekje vrij en de sportdienst van de stad wou ons nog verzetten.

En zo kon Zoon op 6 oktober starten bij de scouts. Het viel hem supergoed mee. De eerste keer was een tikje aarzelend, maar hij gaat elke weer superblij terug. En dan bleek dat ze op 2 november al op beverweekend gingen. Na amper 3 namiddagen geweest te zijn. Eerst wou hij er niet van horen. Het is eng, hij kent die kindjes nog niet goed. Dat kon ik ook voor 100 procent begrijpen. Maar dan ineens wou hij gaan. Hij begon allemaal vragen te stellen erover en toen we hem konden geruststellen dat er vegetarisch gegeten kon worden en dat zijn vriendje uit de klas ook mee zou gaan, besliste hij om op weekend te gaan.

We waren zelf op reis tot vrijdagnamiddag en die avond vertrok hij dan op weekend dus het was een hectisch gebeuren, maar hij is niet teruggekrabbeld en vertrokken. Ook toen bleek dat zijn vriendje er nog niet was en pas de volgende dag zou toekomen. Die eerste, engste nacht moest hij het dus zonder vertrouwd gezicht stellen. En dat op nog geen 7 jaar. Echt, ik zou het hem niet nagedaan hebben. Maar hij hield dapper vol en dus lieten we hem achter op de kampeerplek in Eeklo (in een onverwarmd lokaal zonder bedden, brrrr).

Het werd een rustig weekend zo met maar 1 kind in huis. Heel dubbel. Langs de ene kant een beetje vakantie, zo amper drukte en maar naar 1 kind moeten omkijken, rustige langere avonden, langer slapen ’s ochtends, … Langs de andere kind misten we ons mannetje toch en vroegen we ons regelmatig af hoe het zou zijn met hem. En eens zondagochtend, was het wel een beetje aftellen tot we hem ’s middags mochten gaan ophalen.

En zondagmiddag kregen we een zwaar vermoeide maar ontzettend vrolijke scout mee. Vuil, met een gat in zijn nagelnieuw scoutshemd, maar luid, blij en enthousiast. En met een nieuwe lading vuile woorden en franke uitspraken. Ze hadden zaterdagavond mogen fuiven. En spelletjes gedaan met water en bloem en appels vol choco. Meteen komen dan de duizend redenen naar boven waarom ik het zo’n marteling vond, maar ons meneertje heeft zichtbaar genoten en ik ben zo ontzettend fier op hem. Dat hij op nog geen zeven jaar en heel verlegen als hij is zomaar op weekend is geweest met een groep mensen die hij nog maar drie keer had gezien en zich kapot heeft geamuseerd. Hij lijkt na dat weekend ook weer mentaal gegroeid te zijn.

Het is een beetje loslaten. Zo een kind dat stukje bij beetje zich losmaakt van thuis en een eigen leven en wereld krijgt. Maar ik heb het er niet echt moeilijk mee. Ik vond het net fijn dat hij dat heeft gedurfd. Ik heb eindeloos vertrouwen in zijn eigen wijsheid dat hij zo’n avontuur tot een goed einde zal brengen en dat er niets is om mij zorgen over te maken. Hem helpen zijn vleugels uit te slaan en een warm nest bieden dat ten allen tijde klaar is om naar terug te keren is onze taak, toch?