Recepties zijn zelden geweldig

Afgelopen vrijdag mocht ik met een vriendin mee naar de première van “Wie is bang” van Koen De Sutter en Tom Lanoye. Maar alhoewel het stuk zeker de moeite waard is om over te schrijven (goed maar niet top), wou ik het hier vooral hebben over de receptie achteraf. Die maar een trieste bedoening was.

Recepties, ik ben geen fan van het genre. En al zeker niet als vegetariër die geen wijn lust. Eerste ergernis van de avond, bij het verlaten van de zaal was er zoals steeds enkel wijn. En fruitsap voor de mensen die geen alcohol willen/mogen drinken. Appelsiensap dus. Ik was in de veronderstelling dat er anno 2019 in het hippe Gent in een vooruitstrevend theater in deze tijden van Tournée Minérale en de mocktailclub, van artisanale overal geroemde alcoholvrije gin, wel iets anders als aperitief te krijgen zou zijn dan een banale en niet lekkere fruitsap. Ik dacht dat.

I was wrong.

Fase twee. Hapjes. Mijn gezelschap had zich nogal moeten haasten vanuit Leuven, had amper gegeten en keek dus geweldig uit naar de hapjes. Zij is geen vegetariër trouwens, maar vond ook niks eetbaars. En als vegetariër was er gewoon geen enkele optie. Ten eerste waren er wel kaasjes, maar die zaten op een prikker met vlees en dan kom ik daar dus echt niet aan. Ten tweede waren die enkel bij tafeltjes neergezet waardoor je telkens de mensen die daar zaten moest storen om eraan te raken.

En dan kwamen ze rond met hapjes. Er was gerookte zalm, toast met americain en met paté. Vis, vlees en nog eens vlees dus. En hoeveel mensen ken je die nog graag americain of paté eten, eigenlijk? Ik in elk geval niet veel. Maar voor vegetariërs? Niks, nul de botten, tenzij een stuk kaas met vleesaroma.

En op een trouwfeest van een nicht van het zevende knoopsgat op de Vlaamschen boerenbuiten verwàcht ik zelden meer. Ik moet me dan inhouden om niet voordien al iets deftig te eten. Maar, nogmaals, op een fancy theaterreceptie in de veggie hoofdstad van Vlaanderen???

Orestes in Mosul

Vorige week zag ik het theaterstuk “Orestes in Mosul” in het NTGent. Een vriendin wou het stuk graag zien en het werd dit seizoen enkel in Gent opgevoerd eer het op Europese tournee vertrok.

Die avond kreeg ik ook het nieuws dat onze buurman was gestorven en zo kwam het er niet meer van er iets over te schrijven. Inmiddels zit het allemaal al wat verder weg en is het stuk helaas niet meer in ons land te zien. Maar het keert in een volgend seizoen wellicht terug en ik wou er toch nog enkele woorden aan wijden.

Omdat veel acteurs geen visum kregen om naar hier te komen, wordt er in de voorstelling voortdurend met video gewerkt. Dat werkt eigenlijk heel goed. Het stuk gaat ook erg persoonlijk. We krijgen van elk van de acteurs flarden levensverhaal die de link leggen tussen wat er gebeurd is in Mosul en hun eigen leven. Zo krijgt het allemaal een erg aangrijpende, persoonlijke dimensie. Soms wel een tikje verwarrend; wanneer zit iemand in zijn rol en wanneer niet? Maar echt heel belangrijk was dat niet.

De beelden en verhalen zijn pakkend, overweldigend. Het verhaal hier vanavond op de planken, de Griekse tragedie Oresteia, is maar een deel van het verhaal. De gruwel van een eeuwenoud verhaal wordt overgepoot naar de gruwel in een recent nabij verleden. En dat blijft aan je kleren hangen.

Het is een stuk dat tijd nodig had. Direct erna vond ik het goed, maar ook niet overweldigend. Maar in de dagen nadien moest er ik geregeld aan denken en groeide het verder. Wat wel een goed teken is. Eigenlijk is dit wel een must-see.