Goal bij de buren

We hebben de laatste jaren altijd veel geluk gehad met onze studentenburen. Vroeger toen we hier pas woonden, kon je de eerste maanden van het academiejaar echt bijna niet slapen op weekavonden, of toch niet voor 3 à 4 uur ’s morgens. Dat vreet aan een mens, dat kan ik je verzekeren. Maar sinds de Dochter geboren is zo ongeveer zijn we gezegend geweest met brave, hard studerende meisjes en jongens die niet vaker dan eens per jaar een kotfeest geven en voor de rest proper hun manieren houden.

Goede dingen wennen snel. Ik was zowaar zelfs niet meer bang of ongerust als het academiejaar begon.

Maar dit jaar kregen we helaas weer een zeer luid exemplaar. Zo een van het boenkieboenkie-marginale-dansmuziek-lievende-soort. Ik kan gerust wel iets hebben, trouwens, ik slaap gerust door de tv en muziek van de leuke buurmannen en het algemene straatlawaai. Maar die continue doenkdoenkdoenk, daar word ik horendol van.

Gelukkig bleef het doorgaans nog beschaafd en ging de muziek rond middernacht vanzelf zachter of verdween de student dan naar buiten.

Tot de wederhelft het dit weekend op zijn heupen kreeg en ging klagen. Herhaaldelijk aanbellen gaf geen reactie. Dus nam hij een voetbal uit Zoons collectie en gooide die tegen het raam, om de aandacht te wekken. En bij poging twee verdween die bal door het raam het kot in. Waarna terstond twee zich rot geschrokken buurstudenten zich aandienden in het raam. En proper de muziek stiller hebben gezet en de bal terug bezorgd. En zich excuseerden voor het monotone aspect van de muziek want weet je, ze waren muziek aan het màken. Yeah right. Als je dat muziek kan noemen.

Maar met die voetbal gaan we toch nog een tijdje kunnen lachen.

 

Beter een goede buur…

Ik las bij Sofinesse een warm pleidooi voor de Brugse Poort en de behulpzame en lieve buren daar. Zelf woon ik pal in het centrum, maar ook hier heerst er veel warme burenliefde. En ik ben daar zo blij mee. Die mensen hebben al zo onnoemlijk veel gedaan voor ons.

Toen Figo oud en gebrekkig werd, ging onze buurman op sommige dagen twee keer met hem op wandel. Toen die buurman zelf ziek werd, gingen wij met zijn hond wandelen en op de dagen dat we moesten werken, ging een andere buurman met Figo op stap. Verschillende buren steken al eens boekjes en ander gerief voor de kindjes binnen. Onze plantjes ten voordele van de voetbal waren op een kwartier tijd uitverkocht. Toen ik nadat ik de kindjes van het sportkampje had opgehaald vaststelde dat het zwemgerief van de Dochter niet mee was, kon ik de kindjes gewoon even bij de buren droppen zodat ik alleen snel over en weer naar de sporthal kon fietsen. Ze werden daar met open armen ontvangen. Nu onze hond er niet meer is, mogen we op elk moment met de buurhond wandelen als we dat wandelen te hard missen. En deze middag gaat onze buurman Harry en mij naar de dierenarts brengen met zijn auto omdat ik het niet zie zitten het arm konijn in een transportbox op de fiets of te voet te vervoeren. Deze zomer was er in de straat hierachter een buurtBBQ en dat was een van de gezelligste namiddagen ever. De stad anoniem, koud en kil? Absoluut niet! Vroeger bij mijn ouders woonde ik ‘op den buiten’ en behalve dat iedereen altijd alles had gezien en wist van elkaar, was het daar veel meer ieder voor zich…