Verkoudheid from hell

Elk jaar heb ik er minstens één. Zo’n verkoudheid from hell. Die minstens drie weken aansleept. Waarbij elke treinrit afzien is. Ik weet niet wat het is aan de trein, maar hij lokt megahoestbuien uit bij mij. Zo van die hoestbuien dat de mensen raar beginnen kijken en al half klaarstaan om de ziekenwagen te bellen. Ondertussen stroomt het zweet van je lijf en zou je liefst van al in de grond kruipen van schaamte moest je niet zo druk bezig zijn met hoesten. Werken is trouwens ook geen pretje, terwijl de snot uit je neus stroomt en je niet meer dan twee zinnen kan zeggen of er komt opnieuw zo’n hoestbui aan. En dan heb je nog de verstopte neus, de slechte nachten, de hoofdpijn. Enfin, we kennen het allemaal zeker.

Het is nog maar november maar het is al prijs. Sinds vorige maandag goed verkouden. Dinsdag zo slap dat ik maar naar de huisarts ben gekropen. Ik was er een kwartier voor het spreekuur van start ging, maar kon toch nog een uur in de wachtzaal zitten, ondertussen vrolijk bacteriën verspreidend. Enfin, hopelijk was al de rest in die bomvolle wachtzaal toch ook al ziek, anders zaten ze daar niet natuurlijk. Verdict: 2 dagen ziek thuis. Na twee dagen ben je voldoende uitgeziekt om weer te gaan werken vond de huisarts. Resultaat: ik die donderdag half zat te sterven op het werk en zieker thuis kwam dan ik die ochtend vertrokken was.

Maar geen nood want vrijdag ben ik altijd thuis en dan was er het weekend. Ik heb het flink rustig aan gedaan. Na een week moet het ergste toch gepasseerd zijn. Niet?

Niet. Maandag ging het nog half op het werk en had ik het verstand om de tram naar het station te nemen, vanmorgen was ik al drie keer gestorven op de fiets op weg naar het station. Bovendien heb ik de late vandaag, kan hier niet weg voor 20u. Het is niet supererg, maar ik voel me niet zo lekker en qua productiviteit op het werk zitten we vandaag onder de 50%. Waar dat gisteren nog 65 geweest zal zijn.

En dus trekken we morgen nog maar eens naar de huisarts. Ik vind het een beetje beu om voor een prul als een verkoudheid twee keer te moeten gaan aanschuiven bij de dokter, ik heb altijd het gevoel dat je dat beter bewaart voor serieuzere dingen, maar ik zie ook niet in hoe ik zo de rest van de werkweek kan volmaken. Ik kan toch niks echt nuttig doen. En de drie dagelijkse pendeluren zijn een marteling. Trouwens, wie ergens ter hoogte van de Coupure mijn longen heeft zien liggen, je mag ze me opsturen. Of wie weet vind ik ze terug als ik daar vanavond weer voorbij kuch (fiets).

Goddelijke klanken

Ik ontdekte Tamino op Werchter 2017. Zijn full album liet lang op zich wachten maar enkele weken geleden was het er dan. Eindelijk. Intussen heeft het er enkele luisterbeurten opzitten en kan ik je zeggen, dit is een pareltje. Een blijvertje ook.

Het is geen plaat vol meezingers voor bij de afwas en je gaat er ook geen beentje mee uitslaan voor een dansje. En supervrolijk zal je er misschien ook niet van worden. Alhoewel dat niet helemaal klopt. Want ook al is muziek in sé niet vrolijk, toch kan je er gelukkig van worden vind ik. Omdat het balsem voor je ziel is. Je raakt. Je omwikkelt met helende klanken. Het heeft soms net iets langer nodig en vraagt misschien net iets meer, maar het is wel zo.

Dus kopen die handel. Of streamen of wat de hippe mensen tegenwoordig ook doen.

En vooral ook ‘es live gaan zien. In ons zijn zijn er deze maand maar liefst drie hopeloos uitverkochte concerten in de AB. Maar je kan ook gewoon volgend jaar in maart naar de Aéronef in Lille gaan. Dat ga ik alleszins doen. Er zijn zelfs nog kaarten beschikbaar. Zeg niet dat ik het u niet gezegd heb…

Bikke bikke bik…

Je hebt zo van die echte jeugdbewegingsmensen. Die twintig jaar later nog altijd op weekend gaan met de medeleiders van toen. Die vol vuur ode brengen aan hun vorm van jeugdbeweging. Die niet kunnen wachten tot hun eigen kinderen de traditie kunnen verder zetten. Zo’n gezin zijn wij duidelijk niet. Onze eigen carrieres bij de jeugdbeweging waren kort en niet zo krachtig. Ik was een tijdlang (een jaar? Minder?) een welp bij de FOS in ons dorp omdat mijn ouders dachten dat dit zou helpen om minder verlegen te worden. Niemand van mijn vriendinnen zat bij die scouts, wel enkele klasgenoten maar geen met wie ik het goed kon vinden. Steek een introvert dus eens bij een groep luide geuniformeerde boswachters. Het is geen goed plan. Elke zaterdagmiddag hoopte ik vurig dat mijn vader zijn auto in panne zou vallen en ik die dag niet zou moeten gaan. Van zodra de verplichting om te gaan van thuis uit stopte, stopte dan ook meteen mijn scoutsavontuur.
Ook de wederhelft hield het maar enkele weken tot maanden uit bij zijn jeugdbeweging.

Toch zagen wij in Zoon wel een scout. Hij is nergens liever dan buiten, wroet graag in de grond, is graag in een hechte groep vrienden en heeft van ons gezin met verre voorsprong het meest respect voor regels en hierarchie. Toen we vorig jaar voorbij het feest van de Dag van de jeugdbeweging passeerden, gaf hij aan ook wel te willen starten, maar dan enkel bij de groep waar een vriendje van zijn klas zat. Dus mailde ik die groep maar naar goede Gentse gewoonte zat die vol en belandde Zoon op de wachtlijst.

Ik had eigenlijk weinig concrete verwachtingen nadien. Bovendien was de zwemles naar zaterdagnamiddag verschoven in functie van het voetbal waardoor het scoutsmoment toch al bezet was. Het kwam ons dus beter uit om ook zeker dit jaar nog geen stappen te ondernemen op dat vlak. Normaal heeft Zoon in juni alle zwembrevetten van Fred Brevet behaald en dan komt er weer plaats en tijd vrij in de agenda.

Maar deze zomer kregen we dan ineens mail van de FOS-groep waar we op de wachtlijst stonden dat Zoon mocht starten. Behoorlijk wat hoofdbrekens en geregeld waren het gevolg. De testmomenten van de zwemclubs waren al voorbij, overal zijn wachtlijsten of zelfs inschrijvingsstoppen,… De wederhelft wou de plek bij de scouts niet afgeven, ik wou de zwemlessen niet stopzetten. Maar dan bleken er bij het voetbal dit seizoen twee ploegen waarbij de tweede meestal pas match speelt om 11u30 waardoor een zwemles in de vroege ochtend net haalbaar werd. En er bleek nog net een plekje vrij en de sportdienst van de stad wou ons nog verzetten.

En zo kon Zoon op 6 oktober starten bij de scouts. Het viel hem supergoed mee. De eerste keer was een tikje aarzelend, maar hij gaat elke weer superblij terug. En dan bleek dat ze op 2 november al op beverweekend gingen. Na amper 3 namiddagen geweest te zijn. Eerst wou hij er niet van horen. Het is eng, hij kent die kindjes nog niet goed. Dat kon ik ook voor 100 procent begrijpen. Maar dan ineens wou hij gaan. Hij begon allemaal vragen te stellen erover en toen we hem konden geruststellen dat er vegetarisch gegeten kon worden en dat zijn vriendje uit de klas ook mee zou gaan, besliste hij om op weekend te gaan.

We waren zelf op reis tot vrijdagnamiddag en die avond vertrok hij dan op weekend dus het was een hectisch gebeuren, maar hij is niet teruggekrabbeld en vertrokken. Ook toen bleek dat zijn vriendje er nog niet was en pas de volgende dag zou toekomen. Die eerste, engste nacht moest hij het dus zonder vertrouwd gezicht stellen. En dat op nog geen 7 jaar. Echt, ik zou het hem niet nagedaan hebben. Maar hij hield dapper vol en dus lieten we hem achter op de kampeerplek in Eeklo (in een onverwarmd lokaal zonder bedden, brrrr).

Het werd een rustig weekend zo met maar 1 kind in huis. Heel dubbel. Langs de ene kant een beetje vakantie, zo amper drukte en maar naar 1 kind moeten omkijken, rustige langere avonden, langer slapen ’s ochtends, … Langs de andere kind misten we ons mannetje toch en vroegen we ons regelmatig af hoe het zou zijn met hem. En eens zondagochtend, was het wel een beetje aftellen tot we hem ’s middags mochten gaan ophalen.

En zondagmiddag kregen we een zwaar vermoeide maar ontzettend vrolijke scout mee. Vuil, met een gat in zijn nagelnieuw scoutshemd, maar luid, blij en enthousiast. En met een nieuwe lading vuile woorden en franke uitspraken. Ze hadden zaterdagavond mogen fuiven. En spelletjes gedaan met water en bloem en appels vol choco. Meteen komen dan de duizend redenen naar boven waarom ik het zo’n marteling vond, maar ons meneertje heeft zichtbaar genoten en ik ben zo ontzettend fier op hem. Dat hij op nog geen zeven jaar en heel verlegen als hij is zomaar op weekend is geweest met een groep mensen die hij nog maar drie keer had gezien en zich kapot heeft geamuseerd. Hij lijkt na dat weekend ook weer mentaal gegroeid te zijn.

Het is een beetje loslaten. Zo een kind dat stukje bij beetje zich losmaakt van thuis en een eigen leven en wereld krijgt. Maar ik heb het er niet echt moeilijk mee. Ik vond het net fijn dat hij dat heeft gedurfd. Ik heb eindeloos vertrouwen in zijn eigen wijsheid dat hij zo’n avontuur tot een goed einde zal brengen en dat er niets is om mij zorgen over te maken. Hem helpen zijn vleugels uit te slaan en een warm nest bieden dat ten allen tijde klaar is om naar terug te keren is onze taak, toch?

When Harry met Pluisje

Harry woont intussen iets meer dan drie maanden bij ons. Dat was voor ons allemaal best een ontdekkingstocht. Konijnen zijn absoluut niet de simpele huisdieren waarvoor ze doorgaan. Wat niet betekent dat het geen toffe huisdieren zijn. Absoluut wel. Maar het zijn ook tere en complexe wezens met zo hun behoeften. Wat eigenlijk ook maar normaal is.

Direct na de komst van Harry ben ik me beginnen inlezen en ontdekte ik dat een konijn eigenlijk niet alleen gehouden mag worden. Maar je kan ook niet zomaar twee konijnen samenproppen want dan vechten ze. Gelukkig bestaan er konijnenopvangcentra waar je je konijn kan laten koppelen. En toen we voor deze vakantie opvang nodig hadden voor Harry, besloot ik om het nuttige aan het aangename te koppelen en aan de opvang waar hij zou verblijven te vragen om hem ineens aan een vrouwtje te koppelen.

Zo gezegd zo gedaan. Maandag op weg naar ons vakantieverblijf in Nederland zetten we Harry af in de opvang in Temse en kregen we een rondleiding van de daar aanwezige voedstertjes (= vrouwtjeskonijnen). We mochten onze top vijf opstellen en de mevrouw van de opvang zou Harry dan proberen koppelen.

De eerste keuze was direct gedaan. Het superlieve en mooie dwergkonijntje bleef geen partij voor de veel grotere en zwaardere Harry die haar elke minuut probeerde te berijden, gecastreerd of niet. Met nummer twee bleek het wel te klikken. Maandagavond kregen we een foto doorgemaild van een gezellig samen chillend koppeltje.

Donderdagochtend echter kwam er een sms van de opvang dat de koppeling mislukt was. Harry was blijkbaar een zeer dominant konijn en de voedster was het voortdurende berijden zo beu dat ze uit de ren probeerde te springen om toch maar aan de ongewenste intimiteiten te ontsnappen. De mevrouw van de opvang had zelfs eens rondgebeld om te horen of dit wel normaal was en te horen gekregen dat het tot acht maanden kan duren eer alle hormonen uit het lijf van de gecastreerde ram zijn. Maar ze wou het ons toch niet aandoen om nog zo lang te wachten en besloot het nog eens te proberen. Met een pas binnengebracht veel te dik voedstertje, gevonden ergens op een parking in St Niklaas. En dat werkte wel.

En zo kregen we vrijdagnamiddag niet een maar twee konijnen terug mee naar huis en kwam Pluisje in ons leven.

We hadden aan de opvang gevraagd voor een jong en vooral een tam en lief konijn, gezien Harry zich niet laat aaien. Maar Harry zijn gedrag heeft daar anders over beslist. De lieve, zachte, brave konijntjes werden compleet zot van hem en nu heeft hij een dik, groot en bazig vrouwtje gekregen dat zijn eten probeert af te pakken en ongevoelig is voor zijn avances. Ze liggen bijna altijd samen, eten samen, slapen samen, wassen elkaar. Alleen laat Pluisje zich NOG minder aaien dan Harry. We moeten het jonge koppel nu wat ruimte gunnen natuurlijk. Ik koester nog altijd de hoop dat ze na verloop van tijd allebei wat minder schuw en wat aanhankelijker gaan worden.

Dit weekend kocht ik dan ook nog een ren waardoor ze ook als we slapen of niet thuis zijn vrij kunnen rondlopen in een afgesloten stuk van de keuken, want hoe groot hun bunnymansion ook is, voor twee konijnen is het toch klein om een hele dag of nacht in opgesloten te zitten. Vandaag zaten ze dus de eerste keer los, ben benieuwd hoe dat gegaan is.

Maar bij deze kan ik het dus iedereen aanraden om ofwel een koppel te adopteren uit een konijnenopvang ofwel zijn konijn daar te laten koppelen.