Eerste avondje uit

Morgen is het zover, Zoon gaat voor het eerst op logement. ’t Is te zeggen, we gaan hem ’s avonds laat wel ophalen, maar hij zal voor het eerst door iemand anders dan ons van de crèche worden opgehaald en opgevangen. Sinds hij drie maanden is gaat hij drie dagen per week naar de crèche en een dag per week naar oma. En daar heb ik eigenlijk nooit enig probleem mee gehad, hij is daar goed en ik zit goed op mijn werk. Maar verder gaan we altijd allemaal samen op stap. Of blijft een van ons bij hem.

Heel dubbel, vind ik het. Langs de ene kant kijk ik enorm uit naar een avondje voor ons twee en naar het concert van The Afghan Whigs, een van mijn all time favourites. Ik kijk al maanden uit naar een avondje voor ons maar het kwam er nooit van. Langs de andere kant panikeer ik als ik er te diep op nadenk.

Rationeel is dat allemaal niet. Zoon wordt opgevangen door zijn peter en tante, ouders van twee flinke meiden van 7 en 9. Moest iemand anders bezorgd zijn in deze situatie, ik zou die persoon vertellen dat het toch evident is dat alles prima in orde komt, dat die mensen twee kindjes gezond aan het opvoeden zijn en dus ervaring met hopen hebben, dat ze Zoon goed kennen bovendien, dat ze hem ook nog eens doodgraag zien en niet liever willen dan hem een avondje te verwennen.

Maar mijn moederhart spreekt anders. Zo’n grote kindjes hebben ze al, stel dat ze dat toch niet meer zo goed weten hoe dat marcheert, zo’n baby. Stel dat ze de meiden er ongesuperviseerd mee laten spelen en die doen hem per ongeluk pijn. Stel dat ze hem ergens laten slapen zonder toezicht en hij trekt een dekentje over zijn hoofd ofzo. Stel dat hij gewoon erg triest is en ons nodig heeft. Stel… Zot word ik ervan. Ik zou zo thuisblijven.

Herkenbaar?