Québec City

christmasshop

Logeren in een gezellige bed&breakfast kan ik alleen maar aanraden. Tijdens het ontbijt aan de grote tafel in Chez Francois, onze b&b in Montréal, kregen we van de zakenreizigers uit Québec die er ook verbleven al meteen een stapel tips voor ons verblijf daar. Dat het een volledig andere stad was, eerder een dorpje in vergelijking met Montreal, en nog veel franstaliger. Een echte ambtenarenbastion waar iedereen om 16u30 naar huis toe snelt. Maar wel pittoresk, daar waren ze het over eens. En met een grotere en oudere stadskern dan die van Montreal.

Na een bijzonder vlotte rit van 6 uur, waarvan een tweetal uur door niemandsland (afritten waar niets lijkt te zijn- het compleet ontbreken van wegrestaurants waarbij we pas om 15u compleet uitgehongerd een Subway broodjeszaak vonden in een dorpje op 5km van de snelweg met amper inwoners maar wel een knoert van een kathedraal aan de voet van de rivier- aan de rechterkant enkel water, water, water, zo ver je kan zien…) kwamen we zowaar te vroeg aan in onze bed&breakfast Aux Trois Balcons, onze gastvrouw Isabel zou er pas tegen 17u zijn. Gelukkig was ze een uur te vroeg, en hoefden we geen uur uitgeput in de auto te wachten.
aux-trois-balcons

We kregen onze gerieflijke kamer toegewezen, en meteen een plannetje van de stad en de omgeving met een uitgestippelde wandelroute en enkele restauranttips op maat. Onze b&b lag in een van de meer recente wijken, op een half uurtje stappen van het hart van de oude stad. We besloten na het lange stilzitten in de auto een avondwandelingetje te maken, en wandelden langs een grote avenue tot aan de stadspoort van het oude centrum ( Quebec is de enige ommuurde stad ten noorden van Mexico in Noord-Amerika!). Het was een leuk eindje stappen, langs enkele prachtige oude huizen, door de ambetarenwijk met zijn nieuwbouwtorens om dan aan het Parlement uit te komen. Aan de stadsmuur maakten we rechtsomkeert en liepen terug richting onze b&b via de ‘hippere’ straat Rue St Jean, waar we vreemde winkeltjes ontdekten met middeleeuwse kleren (gothic  en metal zijn blijkbaar enorm in bij een deel van de jeugd daar) maar ook een leuk uitziend veggie restaurant en een mini chocolademuseum. We waren echter moe, en doken na een lekkere maaltijd bij de Indiër om de hoek van onze kamer ons bed al in.

De dag nadien begonnen we na een ontbijt dat nog uitgebreider bleek dan dat in Montreal (een mega omelet met vers fruit en yoghurt bij gevolgd door een dessert van in de oven gecarameliseerd appeltje met nootjes en een scone bij, bijna ontploft van dat allemaal binnen te spelen, maar het was gewoon te heerlijk om het niet te doen) aan een stadsverkenning. Na hetzelfde stuk door de nieuwere wijken, liepen we onder de poorten van de oude stad door om terecht te komen in een voor Amerika onvoorstelbaar stukje erfgoed. Een klein, ommuurd stadje zoals je het in Frankrijk of Italië verwacht, met restaurantjes en winkeltjes, met oude huisjes en kloosters, met een citadel en het imposante eind 19e eeuwse hotel Chateau Fontenac. Een stijle trap brengt je van de bovenstad naar het deel aan de haven, dat zo mogelijk nog pittorresker is, met volgens de inwoners het smalste straatje van het continent (Rue du Petit Champlain) dat volgestauwd is met leuke kleine huisjes, toeristen en winkeltjes. Algemeen kan je echter stellen dat in mei het aantal toeristen in Canada zeer klein is; in deze straatjes voelde het een klein beetje toeristisch aan, maar in ganse delen van Montreal en in de Laurentides voelden we ons vaak de enige buitenlandse bezoekers… Mei is dus de ideale maand om het land te bezoeken als je de dingen rustig wil bekijken.

Quebec is enorm pittoresk, oude stenen huizen, pleintjes, straatjes. Het voelt aan alsof je in Europa bent. Toch prefereer ik Montreal, vooral dan van sfeer. Montreal is relaxter, openener, moderner, wereldser. Het beste kan je het volgens mij nog vergelijken met het een beetje ingeslapen openluchtmuseum Brugge versus het levendige, grotere en studentikozere Gent. Velen verkiezen Brugge/Quebec omdat het ouder, meer Bokrijkachtig aanvoelt, maar Gent/Montreal zijn zowel oud als nieuw en worden ook echt bewoond en geleefd eerder dan enkel bezocht.
quebec

Qua musea was er niets dat ons kon aanspreken, het was allemaal zeer francofoon gericht, dus hielden we het bij een ganse dag rondwandelen in de verschillende wijken, wat winkels binnenlopen en gaan eten in de Commensal, een veggie keten waar ze eten in buffetvorm aanbieden en de Tarte d’erables(= maple of ahorn, het nationale ingerediënt dat de Canadezen overal indoen)  niet te versmaden was .
’s Avonds gingen we op aanraden van onze gastvrouw eten bij Chez Victor, een hip burgerrestaurant waar zowaar 4 bijzonder originele veggieburgers naast al het vlees op de kaart stonden. Ik koos voor een spinazie-notenburger met voor in het buitenland te zijn best lekkere frieten, al schillen Canadezen blijkbaar hun aardappels niet eer ze in het frituurvet te gooien, wat een niet zo smakelijk bruin kleurtje aan de frieten geeft. Het nationale bijgerecht poutine (frieten gedrenkt in kaas en jus) werd er gretig bij de hamburgers besteld, maar dat lieten we toch maar aan ons voorbijgaan. Een beetje spijtig achteraf gezien aangezien dit zowat het enige streekgerecht is dat frequent gegeten wordt in Québec  en we nu buiten de talloze maple-syrup bereidingen (taart, ijs, op pannenkoeken en wafels, in yoghurt,…) we nu niets eigen aan de streek hebben gegeten.  De hamburgers waren in elk geval subliem, een aanrader voor iedereen!

 

2 gedachten over “Québec City

  1. Leuk, daar familie hebben! Mijn man zou er ook verre familie hebben, geëmigeerd na de oorlog, maar die hebben we niet kunnen localiseren…
    Vancouver wil ik ook nog wel eens doen, zeker weten, lijkt me weer volledig anders te zijn. Gigantisch land…

    Like

Reacties zijn gesloten.