Persoonsongeval

 

In het Engels hebben ze geloof ik een zegswijze, I feel like i’ve been hit by a train. Of was het nu truck? Ik wil er vanaf zijn. In elk geval, zo voelde ik me gisteren. Dat gevoel was het gevolg, en de oorzaak was letterlijk ook ‘hit by a train’.

9U57, ik stap op de trein van Gent naar Brussel. De trein zit goed vol, maar ik vind nog een plekje en installeer me met mijn boek.
10U20 ongeveer. Plots hoor ik iets slaan tegen de onderkant van de trein. Tak tak tak. We zijn precies ergens overgereden…? Verschrikt kijk ik op van mijn boek. Ik zie de oudere heren tegenover mij ook opkijken. Shit, dat klonk niet normaal, als de trein maar niet kapot is. Maar de trein lijkt gewoon verder de rijden. Of toch niet? Nee, enkele seconden later begint hij opeens te remmen, tot we helemaal stilstaan.

Dit is niet goed. Zouden we over een voorwerp gereden zijn? Wat als de trein kapot is, dan zit ik hier goed, er liggen stapels en stapels werk op me te wachten, deadline allemaal volgende week.

Na een tiental minuten een bericht. ‘Dames en heren, onze trein is betrokken bij een persoonsongeval…’ Ik wist het. Een vreemd en stil gevoel maakt zich meester over mij.
De procedures moeten opgestart, zo vertelt de treinbegeleider verder; en dat zal wel twintig minuutjes duren. Meer informatie komt er op dat moment niet.
Als dochter van een machinist wéét ik ergens dat het dikke miserie is en dat ik uren vast zal zitten, maar ik wil het niet aan mezelf toegeven en blijf mezelf voorhouden dat ik tegen 11u wel op kantoor zal zijn.

Na de beloofde twintig minuten volgt een tweede mededeling. Er zal een trein komen vanuit Gent om ons op te halen, want ondertussen is het parket aangekomen en onze trein moet blijven staan. Het zal zo’n veertig minuten duren eer de vervangtrein er is.

Buiten zie ik politiemensen en mensen van Securail druk overleggen.

Na die veertig minuten, komt een treinbegeleider langs. Rustig vertelt hij dat de trein onderweg is, dat het een kleine trein is en dat we met 600 mensen allemaal in die trein met 300 plaatsen moeten. Er wordt opnieuw gezegd dat de deuren dichtblijven en dat we allemaal op onze plaats moeten blijven zitten. En raar genoeg doet iedereen dat. Zelfs de bende tieners even verderop die op schoolreis zijn. Alle mensen blijven rustig, niemand die klaagt, niemand die lastig doet.

En dan is het wachten op de trein die ons zal evacueren. Er wordt enkele keren beloofd dat die er nu over een kwartier zal zijn, maar dat kwartier loopt makkelijk uit tot nog een uur. Ondertussen komt de treinbegeleider nog eens langs om op mogelijke vragen te antwoorden. Echt chique hoe die mensen hun werk doen. Naast de trein nog steeds politie. Een agent hurkt neer op de grond net onder mijn raam, en maakt foto’s onder de trein. Ik lijk de enige te zijn die het opmerkt. Die bobbels onder de trein, die schokken, nu die foto’s. Een mens mag er niet te hard bij stilstaan. En da’s natuurlijk wat ik wél doe, erbij stilstaan. Lezen lukt al lang niet meer…

Uiteindelijk begint de evacuatie. Wagon per wagon, heel ordelijk en goed georganiseerd. Ik zit helemaal voorraan de trein, dus het duurt nog een half uur eer het aan ons is. Geen geduw en getrek, geen gevloek of gezeur, iedereen zet zich recht, pakt zijn spullen en op een lange rij lopen we heel de trein door. Rijtuig na rijtuig, gang na gang, het lijkt een eindeloze tocht door die stille, uitgestorven trein. Beneden aan de berm staat een combi met flikkerende lichten. In de trein liggen eenzame metro’s en lege blikjes drank.
Het lijkt of er geen eind komt aan onze stille processie. Eindelijk is er dan de ene deur die geopend is. Er staan een aantal veiligheidsmensen aan die deur, en via een loopplank komen we terecht in de oude, kleine trein die ons moet evacueren. Ook daar dezelfde regel, doorlopen naar achter tot je niet verder kan. Iedereen volgt gedwee die regel. Alle zitplaatsen zijn uiteraard al lang volzet, en dus lopen we, als deelnemers van een strafexpeditie tussen al de zittende medereizigers. Wanneer de rij voor mij stokt, na eindeloze rijtuigen, zie ik mijn kans schoon, een half zitplekje naast een iets zwaardere heer, meer heb ik niet nodig om mij snel neer te ploffen. Want het kan hier nog lang duren.

En dan is het wachten tot de laatste mensen overgestapt zijn. De trein zet zich in beweging. Eerst achteruit, terug richting Gent. Deze trein heeft geen intercom, dus niemand kan ons uitleggen waarom we achteruit rijden of waar we exact naartoe rijden, maar iemand met ervaring stelt ons gerust.

Na een tijdje rijden we weer richting Brussel en komt er een wissel. Nog wat later passeren we Liedekerke. En iets daarna staat nog steeds de trein. Ik zie hem daar staan, eenzaam hoog op die berm, de politiemensen in fluovestjes nog steeds rond de trein zwermend.

Ik zit zwijgzaam voor me uit te staren. Suf van het urenlange wachten. Mijn gedachten gaan uit naar de jongen, het schijnt toch dat het een jongen was. Naar de machinist die het heeft zien gebeuren. Ik weet van mijn pa hoe erg het is. En zonder het te hebben gezien, kan ik me er anders wel genoeg bij voorstellen. Ik hoop dat die man of vrouw ondertussen opgevangen wordt. Ik denk aan de mensen die de restjes mogen bij elkaar zoeken en in zakken steken. Ik denk aan de moeder en vader die straks een bezoekje van de politie zullen krijgen. Ik denk aan de donkere dagen aan het einde van het jaar, aan hoe eenzaam de feestdagen voor sommige mensen wel zijn, aan hoe wanhopig en diep ongelukkig iemand moet zijn om zoiets te doen. Ik voel me leeg. Heb zin om in een warm, donker hoekje te kruipen en wat te huilen. Maar dat gaat niet.

Eerst wacht er me nog een overstap in Brussel Zuid, de wandeling naar mijn werk. Exact drie uur te laat kom ik daar aan. Er is al een halve dag voorbij.
Het verhaal doen aan de collega’s. Ik móet het kwijt, ik moet erover praten. Ik voel me stom, want ik ben de machinist niet, ik heb niets gezien, ik ben uiteindelijk maar één van de vele mensen die in die trein zaten. Waar haal ik het recht vandaan om aangeslagen te zijn? Ik heb toch niets meegemaakt.
Tegelijk laat het me niet los. Ik wil weten, begrijpen, vatten wat er is gebeurd. Ik wil praten. Ik wil denken. Ik wil huilen.

4 gedachten over “Persoonsongeval

  1. om stil van te worden… een half uur zit ik nu al naar mijn scherm te staren… het is in ieder geval goed dat je het ook van je afgeschreven hebt, Josie, want dit laat een mens niet onberoerd…

    Like

  2. Ja, ook ooit eens meegemaakt… Heel erg vies, hé. Ik heb me toen ook geërgerd aan de zagende mensen. Precies alsof het zo simpel is om een trein met 900 mensen (spitsuurtrein) zomaar te evacuëren… Twee uur vertraging, maar dat kon me niet veel schelen… Bij ons was het een 17-jarige jongen met een slecht rapport… Dat vond ik veel erger!

    Like

Reacties zijn gesloten.