Altijd Prijs van Compagnie Cecilia

Gisteren zaten wij niet achter de tv naar het Eutovisiekitchfestival te kijken, neen, cultureel verantwoorde mensen als we zijn (ahum!) trokken we naar het theater voor de laatste voorstelling in onze agenda dit seizoen. Ondertussen is de abogids van de Vooruit al in de bus geploft en is het druk kiezen en samenstellen voor het volgende seizoen, maar eerst nog naar een stuk van Arne Sierens zijn Cie Cecilia!

Toen ik vorige week vernam dat “Altijd Prijs” genomineerd is door het Theaterfestival, droeg dat nog bij tot mijn reeds hooggespannen verwachtingen. De laatste tijd pikken we elk jaar wel een of twee stukken van Arne Sierens Compagnie Cecilia mee, en we zijn nog nooit teleurgesteld geweest. Integendeel, de grappige en ontspannende stukken bleken altijd een hoogtepunt van ons cultureel seizoen.

Terwijl we gisterenavond binnenkwamen in de Minard, zorgde Jean-Yves Evrard voor achtergrondmuziek op zijn elektrische gitaar. Op het podium stond een figuur, maar in het donker was er nog niet echt duidelijk wie. Wanneer het publiek zijn plaatsje heeft gevonden, barst het stuk meteen in alle hevigheid los met stroboscopisch licht, luide muziek en figuren die clockwork orange achtige bewegingen uitvoeren met een baseballknuppel. Daarna valt de muziek terug tot een zachter volume en begint het verhaal.

De twee mannen op het podium, Pierre (Titus Devoogdt ) en Dino (Robrecht Vanden Thoren) hebben elkaar drie maanden voordien ontmoet, toen Pierre in een delirium naakt op straat liep en Dino hem heeft thuisgebracht. Ondertussen is Pierre ontslagen uit de psychiatrie en wil hij alleen gaan wonen. Dino, een figuur uit het nachtleven, blijkt sympathie voor de jongen te voelen en heeft nog een slaapplaats vrij, zij het in het achterkamertje van de honden.

En zo ontstaat een bizarre vriendschap tussen deze twee figuren, gekenmerkt door een spel van aantrekken en afstoten. Die dynamiek wordt ook heel letterlijk in beeld gebracht; de acteurs wisselen constant af tussen gewone stukken tekst en grote bewegingen; ze bengelen apart of samen aan een soort trapeze boven het podium, dansen op de donkere, stuwende gitaarmuziek die het hele stuk door de sfeer zal bepalen, schudden een enorme zak witte piepschuim uit om die vervolgens weer van het podium af te blazen,…
Dit is alles behalve puur teksttheater, maar een mengvorm van theater en dans, performance. Een geslaagde combinatie. In de bewegingen meen ik trouwens een stevige noot Les Ballets C de la B te merken, een gevoel dat bevestigd wordt wanneer ik achteraf lees dat de choreografie in handen van Koen Augustijnen was. Knap van Devoogdt en Vanden Thoren trouwens om dit als niet danser aan te durven.

Ook het podium speelt in deze dynamische voorstelling een rol. De acteurs voelen niet alleen figuurlijk, maar ook letterlijk de bodem onder hun voeten bewegen; op regelmatige tijdstippen schudt het podium met een luide mechanische puf heen en weer, hoe langer hoe vaker, tot het op het einde van het stuk bijna voortdurend de acteurs door elkaar schudt.

Van Arne Sierens zijn we grote arena’s van menselijke miserie gewend, met kleurrijke figuren die het allemaal schitterend kunnen vertellen en die niet enkel medelijden maar ook sympathie opwekken en je laten schateren. Niet zo echter in Altijd Prijs. Sierens koos hier voor een veel soberder en donkerder aanpak, zowel letterlijk (een klein zwart podium met enkel de verlichting als effect) als figuurlijk. Er lijkt geen licht aan de horizon te zijn voor de twee hoofdpersonages, geen komische noot, enkel miserie, ook al beleven ze dat zelf niet noodzakelijk zo. We worden meegenomen in een wereld van kleine ploeteraars, mensenhandel, huisjesmelkerij, geweld en psychiatrische problemen. De twee mannen delen hun miserie met elkaar en proberen samen vooruit te spartelen, zich in elkaar herkennend en toch weer niet.

Op het einde bleef ik met gemengde gevoelens achter. Tijdens het stuk verslapte mijn aandacht geregeld, en ik betrapte mezelf erop op mijn horloge te kijken. Langs de andere kant zat het allemaal zeer knap in elkaar; de muziek, de bewegingen, het zwarte podium. Het was een geslaagde avond, en het was aangenaam Sierens een nieuw pad te zien verkennend, na enkele toch wel op elkaar gelijkende voorstellingen. De ultieme graadmeter, de mate van ontroering, kippenvel en beklijving, wees geen meesterwerk aan, maar toch een zeer knap stuk theater.

Ook verschenen op Gentblogt.