Tandpijn: the sequel

Neen, het gaat nog steeds niet goed vrees ik. Gisteren dus zoals gezegd vroeger naar huis gegaan om naar de tandarts om de hoek te gaan. Mijn vrees werd echter bewaarheid: ik had helemaal geen vertrouwen in deze tandarts. Zijn cabinet was precies eeuwenoud, zijn wachtkamer helemaal leeg, en de mens zelf maakte een enorm trage indruk. Bij het voorschrijftje van een pijnstiller moest eerst 5 minuten lang in een dik boek gegraven worden, waarbij ik de ganse tijd kon rechtstaan want er waren geen stoelen genoeg. Het briefje werd erg secuur met de hand geschreven, en er werd een stempel opgezet met een ouderwetse stempel, je weet wel, zo een die je nog in inktkussen moet drukken. Een heel oude stempel zo te zien, want het telefoonnummer stond er nog verkeerd op (jaren geleden werd gent zone 09 en ipv 090 enzo).

Ik had, net zoals de vorige keer bij de tandarts van mijn wederhelft, verwacht dat hij gewoon een antibioticum zou voorschrijven. Maar neen hoor, dit heerschap wou de boosdoener hier en nu trekken. Dat zag ik echter langs geen kanten zitten, ik waande me in een soort Frankensteincabinet en wou gewoon zo snel mogelijk naar huis. Lief, vriendelijk, grappig, al wat je wil, maar om de een of andere reden wou ik niet dat deze man verder nog iets aan mijn mond zou doen. Teerbeminde dacht er overigens net zo over, die zag het daar ook helemaal niet zitten.

Ik heb dan een mondspoelmiddel gekregen (had ik al) en een pijnstillervoorschrift, en een voorschrift voor antibiotica. Die mag ik echter pas gaan halen als de ontsteking over een paar dagen nog niet weg is, want volgens de tandarts zou het zo wel genezen. En ondertussen zit ik dus geregeld te creperen van de pijn. Vannacht om 4u wakker geworden. Op het werk geen pijnstillers bij en er dus zonet maar een gaan zoeken. Soep en yoghurt eten. En proberen niet zot te worden…

Een mens maakt wat mee…

Tandpijn, de lastigste pijn van allemaal?

Nog niet bij tandarts geraakt: reden: werken en dan weekend. Bovendien heb ik zelf geen tandarts, en zou mijn wederhelft een afspraak maken bij de zijne voor mij. Ik ben dus aan het wachten op nieuws wanneer ik kan gaan. En ik hoop dat het snel is, want ik hou het bijna niet meer uit.
Elke dag wordt het een beetje erger: vannacht weer niet kunnen slapen, om 2u opgestaan om een dafalgan te nemen, die amper helpt. Om 7u opgestaan om te gaan werken, misselijk geworden tijdens het ontbijt, duizelig tijdens mijn treinrit en vooral tijdens het stukje te voet van de trein naar het werk. Heb precies mist in mijn hoofd, duizelig, kan amper denken, voel me alsof ik ga flauwvallen, en dat in combinatie met tand- en kaakpijn. Ik zweer het, ik word er nog net niet helemaal kierewiet van. Geen idee hoe ik het hier ga moeten uithouden. Zin om in een hoekje te gaan zitten grienen, of liever nog, te slapen. Enkel slapen doet deugd…

Update: alle gekende tandartsen hadden geen tijd, dus heeft mijn wederhelft wat rondgebeld en heb ik een afspraak bij een mij onbekende tandarts (aan de telefoon klonk hij maar oud blijkbaar) bij ons in de buurt. Hopelijk valt het mee. Al vind ik het lastig om mijn tanden en vooral mijn tandartsfobie aan zomaar iemand onbekend toe te vertrouwen. Nu ja, hopelijk kan die mens mij ‘depanneren’ en later zien we dan weer wel, als ik mijn mond weer openkrijg en mijn kaak ontzwollen is…

Tandpijn déja-vu

Twee jaar geleden een hels weekend gehad door een ontstoken uitkomende wijsheidstand. Een lang weekend op dafalgan codeïne rondgezweefd.
Sinds eergisterenavond weer tandpijn. Sinds gisterenmorgen meer tandpijn. Vannacht geen oog dichtgedaan en uiteindelijk om 2u30 een pijnstiller genomen en opgestaan met dik tandvlees en een pijn die niet bijster aangenaam, maar toch te doen.
Maar door niet te slapen, of door weet ik veel wat, zit ik hier ook nog eens te werken met een ongelofelijk suffe kop, hoofdpijn, buikpijn en gewoon de grote wens om naar huis te gaan en in de zetel op een bolletje te kruipen geflankeerd door een van mijn twee honden.
Helaas moet ik op het werk blijven tot zowat 20u en moeten we voor ik eindelijknaar huis kan nog een serieus ommetje langs de schoonouders maken alwaar onze twee windhonden in de “crèche” zitten…
Of hoe een dag eindeloos kan duren…

The wind that shakes te barley

Op de valreep toch nog iets meegepikt van de Fortis Film Days: ervoor gezorgd dat we dinsdagavond op tijd voor de late film terug waren van bij mijn ouders. Lady in the water en Bubble bleken nog net niet te draaien, en dus kozen we voor The wind that shakes te barley van Ken Loach, de film die dit jaar de gouden palm gewonnen heeft in Cannes.

Zoals verwacht kan worden van Loach, gaat het hier om een redelijk rauwe film. De strijd van de Ieren voor onafhankelijkheid en de daarop volgende burgeroorlog in de jaren ’20 van de vorige eeuw zijn het onderwerp. Daarbinnen wordt er vooral gefocust op twee broers, die aanvankelijk schouder aan schouder strijden maar die op het eind van de film tegen elkaar komen te staan.


Het eerste misselijkmakende moment zit al in het eerste kwartier van de film. Enkele jonge Ieren spelen een soort van hockey, en wanneer ze thuiskomen worden ze vernederd door Engelse militairen omdat er een samenscholingsverbod heerst. Wanneer een van de jongens weigert de brutale vernederingen te ondergaan en zijn naam niet in het Engels maar in het Iers zegt, wordt die onder de ogen van zijn moeder doodgeslagen. De brutaliteiten zetten meteen de toon van de film. Martelingen, vernederingen, executies, de kijker krijgt behoorlijk wat geweld te verwerken. Toch is dat geweld er nooit over, integendeel doopt het je helemaal onder in de sfeer van angst en terreur die er toen geheerst moet hebben.
Toch is het zeker niet allemaal geweld. Intermenselijke verhoudingen (tussen de twee broers, tussen hen en hun vrienden en familie), politiek maar ook romantiek vinden hun plaats in deze film.

 

Met zijn 2u04 is dit geen korte film, maar dat we op een doordeweekse werkdag zonder één momentje vermoeidheid of verveling gespannen zaten te kijken, zegt wellicht genoeg.

Zalig in de zon

Ronduit zalig weekend gehad. Zaterdag geen 5 minuten rustig neergezeten; in de voormiddag gaan shoppen, wat mooie broeken en hemden voor Teerbeminde gevonden. Snel gaan eten, want zelf stond ik ook te popelen om te kunnen winkelen. Het leek echter een complete flop te worden, nergens leuke kleren. Uiteindelijk in de Inno toch een paar rokken en bloesjes gaan passen. Ik had ook een ongelofelijk mooi kleedje zien hangen, maar Teerbeminde raadde aan dat toch maar niet te passen; hij had het prijskaartje gezien… Toen ik in een pashokje aankwam, bleek dat bewuste kleedje daar te hangen, en nog wel in een 36! Na al de andere kleren gepast te hebben, die wel ongeveer goed zaten maar toch niet voor de volle 100%, paste ik dus dat bewuste kleedje. Het zal als gegoten. Echt ongelofelijk tof. Maar ik kan echt dat geld niet geven aan een stukje stof. Stom! Waarom zit dat nu zo goed, ik kan het toch niet kopen…
Mijn wederhelft, fantastisch als ‘ie is, vond dat het kleedje mij zo goed paste, dat ik het cadeau kreeg. Zalig gewoon!

Ondertussen was het 16u geworden, en snelden we naar huis om nog snel koffie te drinken, de honden uit te laten, ons om te kleden en naar de manège te vertrekken. Daar kregen we uitstekende paarden en was het een erg leuke les. Zoals altijd liep de les uit, en was het al na 19u eer we thuis waren. Snel de honden nog eens uitlaten, weer omkleden en om frietjes, want er was geen tijd meer om te koken. Om 20u30 moesten we immers naar toneel, naar The attendants gallery van het muziek LOD. Deze voorstelling handelde over Europa. Muziek werd afgewisseld met stukken tekst in diverse talen. Tot overmaat van ramp werd het Engelstalige stuk ondertiteld, maar de stukken in het Portugees en het Hongaars niet. Na een uur concentratie was ik de draad volledig kwijt, of beter, had ik de draad nog steeds niet gevonden. Het laatste half uur van de voorstelling bestond dus vooral uit schuifelen op de ongemakkelijke plastic stoeltjes en wachten tot het gedaan was, en we thuis naar Cold Feet konden kijken, de redelijk fantastische serie op Canvas. Daarna kropen we doodop ons bed in.

Zondag was lang uitslapen er echter niet bij, want het was Open Monumentendag. Na een ochtendwandeling met de honden en een snelle boterham, trokken we naar de schouwburg van het NTGent voor een rondleiding. Eens daar bleek echter dat je over een blauw kaartje diende te beschikken om mee te mogen op rondleiding, en het was ons totaal niet duidelijk hoe je daaraan moest raken. Dus liepen we door, en bezochten we het Hotel van Saceghem. Het thema van deze Monumentendag was Import/Export, oftwel vreemde invloeden in onze historische gebouwen. In dit majestueuze pand namen die invloeden de vorm aan van de Oosters geïnspireerde wandbekleding in de salons. Erg leuk om te zien!

Naast deze Oosterse invloeden waren er ook enkele eerder theatraal aandoende classicistische ornamenten: marmeren zuilen, de mooie koepel in een ronde ruimte, beeldhouwwerken op sokkels in nissen, … Volgens de folder was net deze combinatie van exotisch met klassiek kenmerkend voor die periode.

Zalig zonnetje zondag, en dus wandelden we na dit korte bezoek het centrum wat uit. We trokken verder naar de Sint-Pietersabdij voor een rondleiding daar. Aangezien er wat betreft het thema import/export weinig te vertellen bleek (alle sporen van ingevoerde materialen waren ondertussen lang verdwenen) besloot de gids ons wat in te wijden in het abdijleven.

 

De rondleiding ging langs de pandgangen met het lavatorium aan een kant en het mortuarium daar tegenover en van daar naar de refter. We kregen uitleg over het ontstaan van het abdijleven, en hoe het daar concreet georganiseerd werd. Volgens onze gids, een historica, was er een aanzienlijk verschil tussen het monnikenleven in theorie, en dat in de praktijk. Het beeld dat ik had van de brave broeders die zich wijden aan een leven van eenvoud en gebed, bleek niet volledig te kloppen. Zo bedroeg het dagelijks rantsoen wijn in deze abdij bijvoorbeeld meer dan drie liter per persoon (slik!). In theorie werden er geen hoefdieren genuttigd, maar archeologen vonden grote hoeveelheden restanten van varkens, koeien,… Er was zelfs sprake van vrouwen in het dormitorium en dobbelen in de pandgangen.

Ook zijn er diverse graven teruggevonden, waar de abten te ruste werden gelegd in graven waarvan de muren niet enkel bepleisterd, maar ook beschilderd waren. Terwijl de regel zegt dat monniken in volle grond horen begraven te worden. Om maar enkele grappige wetenswaardigheden te schetsen.

 

We sloten de rondleiding daarna af in de tuin, eindelijk een zicht dus op die mysterieuze groene plek in de stad die anders nooit toegankelijk is! Het bleek er heerlijk. Een boomgaard, het gras bezaaid met appeltjes en peren, diverse kruiden, druivenranken, de statige gebouwen van de abdij boven op de berg en het kabbelend water beneden, achter de dikke muren. Na hier nog een half uurtje in de zon gezeten te hebben, zat de Open Monumentendag er voor mij weer op. In het naar huis gaan, passeerden we nog de statige boekentoren, maar aangezien we die een tijdje terug pas hadden bezocht hoorden we nu vooral de lokroep van een terrasje… In mijn handtas nog een kleine vracht appeltjes die daar in de tuin op de grond lagen, en waar ik dadelijk eens verse appelmoes van ga maken!

 

Die avond maakte mijn wederhelft nog de koolraap klaar, die we die week in ons groentenpakket hadden aangetroffen. Een rare knol die in de grontenbak van onze frigo lag en waarvan we geen idee hadden of het ding wel eetbaar zou zijn. Uiteindelijk bleek het gewoon heerlijk: calorie-arm, vol vitamine C, en met de smaak van bloemkool, maar dan nog iets delicater. Echt superlekker, bio, en van bij ons…

Daarna pakten we ons boeltje en vertrokken we naar mijn ouders. Ik had

mijn ma ondertussen al meer dan twee weken niet meer gezien en dat was absoluut te lang. Maandag van daaruit gaan werken, maar dinsdag een gezellig dagje samen. Samen de honden uitgelaten, wat geholpen met de kuis, het koken en de strijk, en dan nog wat in de tuin zitten kletsen over onze trouwplannen. De dag vloog gewoon voorbij.

Vandaag zit ze trouwens weer eens in het ziekenhuis, voor de tweede chemokuur. Hopelijk is ze er niet nog zieker van dan de vorige keer…

Figo the killer

Net met de honden gaan wandelen. Had er helemaal geen zin in vandaag, maar ja, als je geen tuin hebt dan moet het wel. En meestal ben ik achteraf wel blij dat ik ben geweest.

Maar niet vandaag. Ik neem eens een andere route dan gewoonlijk, laveer met de twee honden tussen de hordes toeristen, kom aan een brug. Op die brug zit een duif. Luca en Figo houden er nogal van om achter duiven aan te zitten. Ze hangen vast aan de leiband, dus er kan niks gebeuren. Deze keer gaat het echter fout, de duif hoort hen blijkbaar niet aankomen, beide honden springen erop en in tegenstelling tot anders zie ik geen duif opvliegen. Horror, Figo heeft het arme beest in zijn muil. Gelukkig krijg ik hem zover het direct te laten vallen en kan ik beide honden van het beest weghouden, dat er helaas niet ongeschonden is uitgekomen. Het blijft neerzitten op de grond, helemaal plat, ik vrees dat er iets is met een van de pootjes. Uiteindelijk is het nog naar de rand van het voetpad geraakt op eigen kracht, en dan ben ik maar verder gegaan.

Ben er echt niet goed van. Heb dit ergens zelf gezocht, want ik laat het hen toe om achter de duiven te sprinten, het zijn jachthonden voor iets. Maar het was nooit de bedoeling dat ze een ander dier pijn zouden doen, want ik zie die duiven óók graag. Ik ga er mar vanuit dat ze al ziek was zeker…

Oogkleppen

Ik kan me ergeren aan een heleboel dingen. Anger is an energy. Maar soms krijg ik er toch wel écht bijna grijs haar van hoor.
Neem nu hier : mensen struikelen over de term ‘vegetarisch restaurant’ omdat er ook vis wordt geserveerd. Onmiddellijk wordt er over dezelfde zaak ook elders voort geëmmerd, op een forum voor vegetariërs. Horentjes krijg ik daar dus van. Als een restaurant een dagschotel met vis en een vegetarische dagschotel aanbiedt, dan is het deels toch een vegetarisch restaurant. Maar oei, nee, schande, dat kan niet. Bovendien doen ze er ook wel eens kaas op hun gerechten, kan je je voorstellen, dus de vegans onder ons staan helemaal op hun achterste poten. Zielig vind ik dat. Je hoor, bevestig maar het cliché dat veggies moeilijke mensen zijn voor wie het nooit goed is en met wie je niet rationeel kan praten. Sluit jullie maar lekker op in een minigroepje van allemaal gelijkgestemde zielen, waar mensen die af en toe eens zondigen worden verketterd tot niet-echte-vegetariërs, waar leren schoenen dragen bijna een doodzonde is, waar je blijkbaar moet leven op rauwe wortels en noten (om nu zelf eens een cliché boven te halen).
Ik word daar zo bóos van he. Zo moedeloos ook. Mensen, van wie ik verwacht dat ze nadenken over het leven, aangezien ze principes hanteren, keuzes maken, die mensen hebben blijkbaar even grote oogkleppen als de doorsnee bezoeker van een spare ribs resto. Erg vind ik dat.